Artsen, apothekers, verpleegkundigen, dierenartsen, tandartsen, bandagisten, opticiens, ziekenhuisdirecteurs, verantwoordelijken voor de aankoop in ziekenhuizen, podologen, vroedvrouwen, laboratoriumverantwoordelijken, biomedische ingenieurs, groothandelaars, bemiddelaars, zorgkundigen, kinesitherapeuten, voedingsspecialisten, ziekenhuistechniekers, klinisch psychologen, enz.

Met andere woorden, het geheel van beroepsbeoefenaars uit de gezondheidssector die geneesmiddelen verdelen, aankopen (of de aankoop voorbereiden), voorschrijven, aanbevelen,  afleveren of toedienen, en/of medische hulpmiddelen verdelen, aankopen (of de aankoop voorbereiden), huren (of de huur voorbereiden), aanbevelen, gebruiken of voorschrijven, inclusief de instellingen waarin één of meerdere van deze handelingen plaatsvinden (zoals ziekenhuizen, rust- en verzorgingstehuizen, privéklinieken, revalidatiecentra, diensten voor thuisverpleging en vergelijkbare zorginstellingen). Niet alleen de instellingen zelf vallen onder het toepassingsgebied van artikel 10, maar ook personen die, binnen die instellingen, betrokken zijn bij het leveren, voorschrijven, het afleveren, het toedienen of toepassen van geneesmiddelen en/of medische hulpmiddelen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn voor een ziekenhuisdirecteur, ziekenhuistechnici of leden van aankoopcommissies, voor zover zij in dat kader betrokken zijn bij deze handelingen.

Wat met beroepsbeoefenaars op pensioen? Enkel  indien deze personen niet meer beschikken over een visum zoals bepaald in artikel 10 van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg, noch over een RIZIV-nummer, vallen ze uit het toepassingsgebied van de visumplicht.

De visumprocedure is daarentegen niet van toepassing op beroepsverenigingen (tenzij er rechtstreeks of onrechtstreeks via deze vereniging voordelen worden verstrekt aan gezondheidszorgbeoefenaars), noch op patiënten of patiëntenverenigingen.

Ja, indien het gaat om een beroepsbeoefenaar uit de gezondheidssector (zie FAQ 1.1).
In principe niet, tenzij de betreffende beroepsbeoefenaar zijn beroepsactiviteit op Belgisch grondgebied uitoefent.